Onderwijseffectiviteit

Begin 20ste eeuw vond er een verandering plaats in onderwijsland. Er was behoefte aan vernieuwing van het basisonderwijs. Er waren meerdere initiatieven, met als gemeenschappelijk thema: het veranderen van de oude school.

De oude school zou star, methodisch, intellectualistisch en autoritair zijn. Leerlingen zijn er te passief, er wordt geen rekening gehouden met de verschillen tussen kinderen en het onderwijs is vervreemd van de praktijk van het leven. De vernieuwers pleitten voor een andere kijk op het kind en een verbreding van de doelstelling van het onderwijs. De brede ontwikkeling van het kind diende voortaan voorop te staan. Pedagogisch-didactische vernieuwingen werden de school binnengehaald om dit te bewerkstelligen en nieuwe scholen, de zogeheten traditionele vernieuwingsscholen, werden gesticht. De pedagogisch-didactische vernieuwing in deze scholen was vijf dimensionaal: individualiseren, activeren, interactiveren, contextualiseren en socialiseren. Men trachtte het klassikale, frontale werk bijvoorbeeld te doorbreken door leerlingen zelfstandig te laten werken, leerlingen te laten kiezen waaraan ze willen werken, gelegenheid te bieden tot het helpen van elkaar en werken in groepjes, het werken aan ‘echte’ problemen, rekening te houden met de interesses en capaciteiten van leerlingen en aan te sluiten bij de leef- en belevingswereld van leerlingen.
Op grond van de reviews en synthese naar vernieuwende onderwijskenmerken zou men verwachten dat vernieuwend onderwijs doeltreffend is. Immers, het is gestoeld op evidence based kenmerken. Echter, naar de effectiviteit van het Nederlands vernieuwingsonderwijs was tot nu toe geen systematisch onderzoek verricht.

Doel

In deze onderzoekslijn wordt onderzocht wat de cognitieve en niet-cognitieve opbrengsten zijn van vernieuwingsonderwijs. Het onderzoek bestaat uit twee projecten:

a) Onderwijseffectiviteitsonderzoek naar de meerwaarde van vernieuwingsonderwijs 
b) Longitudinaal onderzoek meerwaarde vernieuwingsonderwijs voor zelfgestuurd leren in het vervolgonderwijs
c) Executieve functies en montessorionderwijs

<< Terug