Autisme: tips & tricks

Tips voor studenten:

  • Gebruik een tijdwekker.
  • Studeer actief (onderstrepen, samenvatten, hardop lezen).
  • Geef duidelijke verwachtingen en mogelijkheden aan.
  • Gebruik een digitale agenda.
  • Zorg voor een vaste partner voor practica en werkgroepen.
  • Zorg voor een parttime stageplek. 
  • Neem colleges op.
  • Gebruik oordoppen bij het maken van tentamens.

Tips voor docenten:

  • Maak heldere afspraken, geef duidelijk aan wat je verwacht van de student.
  • Breng zoveel mogelijk structuur aan in onderwijsactiviteiten.
  • Wees sturend en directief bij opdrachten en instructie.
  • Geef het begin- en het einddoel duidelijk aan. Een student met autisme vraagt zich af; wat moet ik doen, hoe moet ik het doen, waar moet ik het doen en wat moet ik daarna doen?
  • Wees voorspelbaar; de ASS-student hecht aan vaste patronen.
  • Kondig veranderingen duidelijk en tijdig aan; het liefst schriftelijk.
  • Gebruik duidelijke taal (geen woordgrapjes of beeldspraak).
  • Gebruik niet te vaak meerdere media tegelijk; dit is verwarrend voor de ASS-student.
  • Lever presentaties of samenvattingen digitaal of op papier van tevoren aan.
  • Wees ervan bewust dat een student met ASS het beste individueel of in kleine groepjes kan werken.
  • Help de student bij het functioneren in een project- of werkgroep door, in overleg, de beperking bespreekbaar te maken en in het begin het groepsproces te begeleiden en indien nodig te sturen.
  • Geef duidelijke feedback en spreek de student persoonlijk aan wanneer instructies niet worden opgevolgd.
  • Zorg ervoor dat de student klaar is om een boodschap te ontvangen. Let op de communicatie-snelheid, geef bedenktijd en herhaal, indien nodig, de boodschap.
  • Geef hulp of extra aandacht bij stages. Begin tijdig met het zoeken naar een geschikte stageplek.

Tips voor studieloopbaanbegeleiders:

  • Bespreek met de student of en in hoeverre hij/zij aan de medestudenten/docenten uitleg geeft over de functiebeperking.
  • Als de student begrip en steun ervaart, kan dat het studeren vergemakkelijken. Probeer dit effect in de begeleiding over te brengen.
  • Ga niet te diep in op (omgaan met) de functiebeperking. Verwijs door naar een professionele hulpverlener indien een hulpvraag wordt gesignaleerd.
  • Wees duidelijk in wat de opleiding wel en niet kan bieden. Geef de grenzen aan.
  • Probeer discussies te vermijden.
  • Zorg voor/bied extra specifieke studiebegeleiding:
    • Gericht op structuur, heldere studieplanning, samenwerkingen en communicatie met docenten en medestudenten. Kies daarbij voor een sturende, zakelijke en pragmatische benadering.
    • Maak duidelijke afspraken op vast tijdstip en vaste dag.
    • Reageer niet boos of emotioneel maar neem een neutrale houding aan.
    • Kondig verandering tijdig en het liefst op schrift aan.
    • Bespreek de inzet van een studiemaatje via het Maatjesproject.
  • Adviseer de student om extern professionele hulp en ondersteuning te zoeken; bijvoorbeeld extra huiswerkbegeleiding,
  • Geef advies en hulp bij spreiding van het studieprogramma.
  • Houd, indien nodig, contact met de docenten.
  • Geef hulp of extra aandacht bij stages. Begin tijdig met het zoeken naar een geschikte stageplek.
  • Een open houding is nodig om aan te sluiten bij het doel dat de student zichzelf heeft gesteld. Kijk naar mogelijkheden en niet naar onmogelijkheden.
  • Kijk naar het hier en nu. Wat heeft de student nu nodig om de studie op te pakken.
  • Zoek bij problemen en voor overleg contact met één van de studentenpsychologen van Saxion.
  • Verwijs de student naar de studentendecaan voor het aanvragen van (financiële) voorzieningen binnen of buiten Saxion.
Afbeelding autisme