Toetsangst

Angst zorgt er normaal gesproken voor dat we adequaat reageren op noodsituaties. Iedereen is in meer of mindere mate zenuwachtig voor een toets. Deze spanning heb je ook nodig om je beter te concentreren en je volle aandacht op de toets te richten. Als de angst echter te groot wordt, treden er symptomen op die ervoor zorgen dat je slechter presteert dan je  op basis van je capaciteiten kunt.

Toetsangst kan optreden in elke beoordelingssituatie zoals tijdens een examen, een assessment of een sollicitatie- of toelatingsgesprek. Soms wordt gedacht dat toetsangst en faalangst hetzelfde zijn, maar dit is niet het geval. Faalangst gaat over falen in elke mogelijke situatie, bij toetsangst gaat het om het falen in één specifieke situatie: een toets of examensituatie.
Toetsangst is een complex begrip en heeft vaak niet één duidelijke oorzaak. Het is daarom niet eenvoudig om toetsangst te verhelpen

Hoe herken ik toetsangst?
Er zijn twee typen toetsangst te herkennen tijdens de toetsafname:

  1. Cognitieve toetsangst waarbij het denken beïnvloed wordt:
    • Besluiteloosheid en twijfel over de juiste antwoorden.
    • Snel afgeleid zijn, moeilijk kunnen concentreren op de toets.
  2. Emotionele toetsangst waarbij je fysiologie beïnvloed wordt:
    • Een wee gevoel in de buik of zelfs tot misselijkheid,
    • Hoofdpijn,
    • Buikpijn,
    • Klamme handen,
    • Trillen,
    • Een versnelde hartslag ,
    • Oppervlakkig en snel ademen.

Tot welke mogelijke belemmeringen leidt toetsangst?
Toetsangst heeft niet alleen effect op het maken van de toets maar ook op hoe je de toets voorbereidt. Het beïnvloed eigenlijk de hele aanpak van je studie.

Effecten voor de toets:

  • Slechte concentratie door angst bij de voorbereiding van de toets.
  • Slechter functionerend werkgeheugen waardoor je de leerstof minder efficiënt wordt verwerkt en onthouden.
  • Minder effectieve leer strategieën en studie strategieën door toetsangst.
  • Minder zelfregulatie; onder- of overschatten van je eigen kunnen.
  • Overschatten leidt tot onvoldoende voorbereiding op de toets.
  • Uitstelgedrag bij de voorbereiding van de toets doordat je denkt het niet te kunnen (vluchten).
  • Terugtrekken uit sociale situaties; geen hulp vragen van medestudenten en docenten (vluchten).
  • Je tijdens lessen niet constructief opstellen (clown, stoer, ontwijkend).
  • De neiging hebben niet naar lessen te gaan (vluchten).
  • Niet nakomen van werkafspraken bij groepsopdrachten (uitstelgedrag).
  • Reflectie op het leerproces wordt gekenmerkt door negatieve gedachten over de eigen mogelijkheden (onderschatten van het eigen kunnen).

Effecten tijdens de toets:

  • Niet kunnen concentreren op de toets.
  • Black-out.
  • Negatief denken over je eigen kunnen.
  • Piekeren over de gevolgen van het niet halen van de toets.
  • Fysieke reacties; hoofdpijn, trillen, buikpijn, zweten, gevoel van flauwvallen.

Mogelijke voorzieningen

  • Aangepaste toetsvorm (b.v. assessment of presentatie niet live maar via opname).
  • Extra feedback en feedforward vooraf door de docent.
  • Mogelijkheid  voor oefentoets.
  • Aparte toetsruimte.
Afbeelding toetsangst