Willeke Slingerland neemt afscheid: sociale cohesie in de spotlights
Per 1 april zet Willeke Slingerland, lector Weerbare democratie, haar carrière voort als lector Sociale cohesie en de democratische rechtsstaat bij Hogeschool Utrecht. Natuurlijk kan Saxion haar niet laten gaan zonder goed afscheid te nemen. Terugblikken is daarbij onvermijdelijk, net zoals vooruitkijken. In gesprek met iemand die toonaangevend in haar vakgebied is; over lockdowns, sociale cohesie en hoop in bange dagen. Willeke: “We hebben jarenlang het onmogelijke van de democratie verwacht, alsof het een soort vanzelfsprekend bezit is … Nu dringt het tot ons door dat de democratie door allerlei bewegingen ook kwetsbaar is.”
Hoe plan je een lectorale rede tijdens een pandemie? Dat zoiets lastig is, weet Willeke Slingerland als geen ander. Toen ze in 2018 de toezegging kreeg dat ze binnen afzienbare tijd zou promoveren, kon ze – nog voordat er een datum voor haar lectorale rede was geprikt – starten met haar werkzaamheden als lector Overheid, markt en samenleving. “Elk lectoraat heeft een soort opstartfase nodig,” zegt Willeke over die periode. “Je moet een team vormen en bepalen welke thema’s je gaat oppakken. Dat is een grote opgave. Ik wilde niet gelijk mijn lectorale rede schrijven, omdat ik verwachtte na anderhalf à twee jaar beter te weten waarvoor we nou echt staan.”
In 2019 volgde er een naamswijziging: het lectoraat Overheid, markt en samenleving werd omgedoopt tot Weerbare democratie. Hoe relevant die nieuwe naam was, bleek toen begin 2020 het wantrouwen in overheden en instanties werd gevoed door COVID-19 en de manier waarop de verspreiding van het virus werd tegengegaan. In maart dat jaar zou Willeke haar lectorale rede houden, was het idee. De naam van haar lectoraat zag ze daarbij als een ‘kapstok’ om haar boodschap aan op te hangen. “Op zoek naar weerbaarheid wanneer de democratie onder druk staat,” reageert ze. “Dat was de titel van mijn rede. Alles stond ook al in de steigers, maar terwijl ik de berichten over het coronavirus volgde kreeg ik het gevoel: dit gaat ‘m gewoon niet worden.”
Als wetenschappers gingen we automatisch observeren wat er allemaal aan de hand was. Wat doet dit alles met de gemeenschapszin? Wat is nou rechtvaardig beleid?
Lector in lockdown
Een week voordat de lectorale rede van Willeke zou plaatsvinden, begon in Nederland de eerste lockdown. “Dat is een hele rare fase geweest,” herinnert ze zich. “Ik had gelukkig al wel een mooi team gevormd. Maar ineens vond alle communicatie vooral nog plaats via Skype; dat was best gebrekkig in het begin. Toch voelde ik me niet eenzaam in die tijd. Er was genoeg te doen. Ik heb bijvoorbeeld podcasts opgenomen en bijgedragen aan internationale webinars. Er kwamen discussies op gang rondom de Veiligheidsregio’s, en er was veel maatschappelijke onrust. Als wetenschappers gingen we automatisch observeren wat er allemaal aan de hand was. Wat doet dit alles met de gemeenschapszin? Wat is nou rechtvaardig beleid? Dat waren vragen die speelden.”
Op afstand werken aan weerbare democratie: het is mogelijk, bewees Willeke. “Ik deed alles eerst vanuit huis,” zegt ze. “Op een gegeven moment ging ik voor het werk met de auto naar Den Bosch, voor de opname van een lezing over weerbaar bestuur voor gemeenten. Ik had een werkgeversverklaring op zak, zodat ik zeker wist dat ik na het ingaan van de avondklok nog naar huis zou mogen. Uiteindelijk reed ik toen uren over een verlaten snelweg terug. Het voelde als een uitje, maar de thema’s waren serieus… dat zijn momenten die je nooit meer vergeet.”
... Tegelijkertijd realiseren we ons nog onvoldoende dat we de democratie samen vormgeven. Je ontleent heel veel rechten aan je burgerschap, maar daar horen ook plichten bij om de democratie bestendiger te maken of te beschermen.
Schuren
Volgens Willeke is het bij het bestuderen van de democratie essentieel om rekening te houden met verschillende perspectieven. “Op inhoud mag het schuren,” zegt ze daarover. Tegelijkertijd zag ze dat het tijdens de coronapandemie soms moeilijk was om discussies op inhoud te voeren; wantrouwen voerde dan al snel de boventoon. Achter verschillende meningen over de aanpak van het virus, konden ook zomaar heel verschillende visies op de werkelijkheid schuilgaan.
Een soort gezamenlijke kijk op de realiteit: het is een kostbaar goed voor een democratie waarin we het ook sámen moeten zien te redden. Toch lijkt het soms – zeker sinds de coronapandemie – alsof er over de meest basale feiten meningsverschillen kunnen ontstaan. Is er nog een weg terug naar een gedeelde werkelijkheid, in een democratie die bestendiger is? “Ik denk dat dit een van de moeilijkste tijden voor de democratie is,” zegt Willeke. “We hebben jarenlang het onmogelijke van de democratie verwacht, alsof het een soort vanzelfsprekend bezit is. Een verworvenheid waar je gewoon gebruik van kan maken; iets wat zichzelf regelt en altijd hetzelfde zal zijn. Vanuit het idee: we zijn altijd beschermd, er is altijd een vangnet. Nu dringt het tot ons door dat de democratie door allerlei bewegingen ook kwetsbaar is. Tegelijkertijd realiseren we ons nog onvoldoende dat we de democratie samen vormgeven. Je ontleent heel veel rechten aan je burgerschap, maar daar horen ook plichten bij om de democratie bestendiger te maken of te beschermen.”
Van zuilen naar Big Tech
Hoe zorgen we dat we weer een gedeelde verantwoordelijkheid voelen voor de democratie? “Dat is een vraag die me fascineert,” zegt Willeke. “In die zin zie ik Big Tech met alle social mediaplatforms als een negatief vliegwiel. Ik ben ook gefascineerd door de ontzuiling. In de jaren ‘60 zaten alle netwerken eerst nog in een soort zuilen, die ervoor zorgden dat belangen van onderaf naar boven sijpelden. Zelf heb ik die zuilen niet bewust meegemaakt, maar de positieve erfenissen daarvan ken ik nog wél. Ik ben christelijk opgevoed. Bij ons thuis lag de VPRO-gids en de Trouw. We gingen naar de kerk, en daar zat een hele sociale structuur omheen. Het kon ook een juk zijn, hebben mijn ouders wel eens verteld; met allerlei taboes en dat soort zaken. Na de ontzuiling hebben we een samenleving gekregen waarin het individu veel belangrijker werd. Deels is dat een vorm van emancipatie geweest.”
Het is misschien een onmogelijke vraag, maar is de samenleving van nu er dan beter of slechter aan toe? “Ergens hebben we het kind met het badwater weggegooid,” zegt Willeke, “door alles van die zuilen los te laten. Dat zie je vooral terug in het maatschappelijk middenveld, wat door die zuilen juist zo sterk georganiseerd was. Het lijkt nu allemaal vrijblijvender geworden; je hoort het ook terug bij allerlei verenigingen: ze hebben wel leden, maar die komen en gaan. Niemand wil meer in het bestuur zitten of langdurig commitment aangaan. De sociale cohesie zijn we daarmee deels kwijtgeraakt.”
Tegenwoordig zitten we veel in onze eigen kleine bubbels, waarin we onderling delen hoe we naar het nieuws kijken, wat onze leefwijze is; het is allemaal best wel homogeen. Toch heb ik echt het vertrouwen dat we bruggen kunnen bouwen.
Stevig huis
Er is werk aan de winkel; iets waarvan Willeke gelukkig doordrongen is. De vraag hoe we onze kwijtgeraakte sociale cohesie terug kunnen vinden, is daarbij belangrijk voor haar. “Dat wordt voor mij het grootste vraagstuk voor de komende jaren,” zegt ze. “Hoe kan je nou zorgen dat we die gemeenschappen of tribes weer terug gaan zien? Van nature hebben mensen de behoefte om zich in groepen te begeven. Maar wat je nu ziet is dat we groepjes vormen die zich wel identificeren met elkaar, maar die zich óók echt afzetten tegen de ander. We moeten dus weer verbindingen tussen al die groepen vinden. Tegenwoordig zitten we veel in onze eigen kleine bubbels, waarin we onderling delen hoe we naar het nieuws kijken, wat onze leefwijze is; het is allemaal best wel homogeen. Toch heb ik echt het vertrouwen dat we bruggen kunnen bouwen. Omdat we gaan snappen en voelen dat we elkaar anders kwijtraken.”
Gedeelde normen, waarden en spelregels zijn belangrijk bij dat ‘bruggen bouwen’. Ook moeten mensen uit verschillende groepen weer het gevoel krijgen dat er naar ze wordt geluisterd. “Dat is een voorwaarde voor de ontwikkeling van sterke instituties,” zegt Willeke, “met de juiste checks and balances. Daar komt vervolgens een ‘dak’ bovenop, en dát is de rechtstaat. Pas daarna kun je het echt goed hebben over vragen als: hoe ga je klimaatverandering tegen? Wat doe je tegen armoede? Maar eerst moet dat huis dus staan.”
Helaas is het een tijd waarin de narcisten van deze wereld vaak in de spotlights staan; spotlights die ze zelf ook kunnen creëren. Ik stel daar graag Hannah Arendt tegenover, die wees op het belang van verbondenheid, gesprek en pluraliteit voor een democratie.
Spotlights
Waar put een lector Weerbare democratie hoop uit in roerige tijden? “Misschien is het deels mijn eigen bubbel,” zegt Willeke, “maar ik zie heel veel mensen om me heen die op het niveau van hun directe omgeving het verschil proberen te maken. Toen ik mijn proefschrift schreef, keek ik naar de vraag wanneer sociaal kapitaal ontaardt in corruptie. Wanneer doen mensen het verkeerde? Mijn proefschrift verscheen net voordat het boek ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman uitkwam, dat natuurlijk ook veel beter verkocht.”
Of de meeste mensen deugen… wie zal het zeggen? “Als mij wordt gevraagd of de mens goed of fout is,” vervolgt Willeke, “dan zeg ik dat we binnen de collectieven die we vormen goede en minder goede dingen doen, maar dat we tegelijkertijd veel vaker naar collectief gedrág moeten kijken. Ook bij Saxion sta ik soms in positieve zin versteld van de manier waarop mensen zich inzetten, bijvoorbeeld om iets tegen eenzaamheid in de samenleving te doen. Zo is er een collega die wekelijks met een jongen die het thuis moeilijk heeft gaat sporten of hem helpt met zijn huiswerk. Geheel belangeloos, om zijn ouders te ontlasten en wat om te kijken naar zo’n ventje. Al die mensen hebben geen grote ego’s; ze zetten niet op Instagram wat ze doen. Helaas is het een tijd waarin de narcisten van deze wereld vaak in de spotlights staan; spotlights die ze zelf ook kunnen creëren. Ik stel daar graag Hannah Arendt tegenover, die wees op het belang van verbondenheid, gesprek en pluraliteit voor een democratie.”
Vlammetje
Willeke zet de spotlights verder liever op de jongeren van nu. “Het is misschien een cliché,” zegt ze, “maar het werken met jongeren is werken aan de toekomst. Ik herinner me een projectopdracht met een aantal multidisciplinaire teams van studenten, die vanuit verschillende opleidingen samen aan een vraagstuk werkten. Met ons lectoraat verzorgden wij toen socratische gesprekken. Eerst dacht ik dat niemand daarop zat te wachten tijdens de lockdown, maar ik ontdekte dat er zoveel meer idealisme in studenten zit dan je in eerste instantie zou verwachten. Ze stelden hele goede, fundamentele vragen, die teruggrepen op de echte bedoeling van de opdracht. Zo haalden ze ons uit onze tunnelvisie.”
Terwijl we praten over hoop, geeft Willeke aan dat ze ook gelooft dat “heel veel dingen cyclisch zijn.” Dat oude structuren niet meer werken, en dat wat we nu ervaren ook heeft te maken met wat wetenschapper Jan Rotmans ‘transitiepijn’ noemt. Tot slot: waarop kijkt Willeke met plezier terug als ze denkt aan haar tijd bij Saxion? Ze vertelt: “Ik heb hier mensen om mij heen die mij heel veel vertrouwen hebben gegeven. Dat vertrouwen heeft ervoor gezorgd dat ik heel hard ben gaan werken. Ik ben altijd trots geweest om Saxion tegenover de buitenwereld te vertegenwoordigen, zeker in een buitenlandse context, waar niet iedereen bekend is met wetenschappelijk praktijkgericht onderzoek. Ook heb ik hier geleerd dat het belangrijk is om een spin in het web te zijn. Je moet niet alleen bij je eigen team blijven, maar verder kijken. Als ik denk aan leidinggeven, dan ben ik absoluut niet iemand die top down aanstuurt. Wanneer je een vlammetje bij mensen ziet branden, geef ze dan ook het vertrouwen. Want als je dat doet, gebeuren er hele mooie dingen.”
Fotografie: Thomas Busschers